Plattelandswoningen Someren

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.0847.BP02015005-VS01
Plantype: gemeentelijke overheid/bestemmingsplan

Inhoud

 

 

 

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Artikel 2 Toepassingsbereik

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Herziening bestemmingsplan Buitengebied Someren

Artikel 4 Herziening bestemmingsplan Buitengebied 2013

Artikel 5 Herziening bestemmingsplan Buitengebied 2014

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

Artikel 6 Overgangsrecht

Artikel 7 Slotregel

 

 

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

 

 

 

 

Artikel 1 Begrippen

 

In deze regels wordt verstaan onder:

 

plan:

het bestemmingsplan 'Plattelandswoningen Someren' met identificatienummer NL.IMRO.0847.BP02015005-VS01 van de gemeente Someren;

 

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

 

 

 

Artikel 2 Toepassingsbereik

 

2.1 Buitengebied Someren

  1. De verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Someren' van de gemeente Someren (zoals vastgesteld op 29 juni 2011) wordt herzien zoals aangegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Voor het overige blijft de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Someren' ongewijzigd van toepassing.

  2. De regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Someren' van de gemeente Someren (zoals vastgesteld op 29 juni 2011), inclusief de herziening 'Buitengebied Someren (2011), eerste partiële herziening' (zoals vastgesteld op 25 september 2014) worden herzien zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van deze regels. Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Someren', inclusief de herziening 'Buitengebied Someren (2011), eerste partiële herziening' ongewijzigd van toepassing.

 

 

2.2 Buitengebied 2013

  1. De verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' van de gemeente Someren (zoals vastgesteld op 26 juni 2013) wordt herzien zoals aangegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Voor het overige blijft de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' ongewijzigd van toepassing.

  2. De regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' van de gemeente Someren (zoals vastgesteld op 26 juni 2013) worden herzien zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van deze regels. Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' ongewijzigd van toepassing.

 

 

2.3 Buitengebied 2014

  1. De verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' van de gemeente Someren (zoals vastgesteld op 26 juni 2014) wordt herzien zoals aangegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Voor het overige blijft de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' ongewijzigd van toepassing.

  2. De regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' van de gemeente Someren (zoals vastgesteld op 26 juni 2014) worden herzien zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van deze regels. Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' ongewijzigd van toepassing.

 

 

 

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

 

 

 

Artikel 3 Herziening bestemmingsplan Buitengebied Someren

 

De regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Someren', inclusief de herziening 'Buitengebied Someren (2011), eerste partiële herziening' worden als volgt herzien:

 

 

3.1 Herziening van artikel 4.2.4

Artikel 4.2.4 (Bedrijfswoningen) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.4 Bedrijfswoningen/plattelandswoningen

  1. Per bestemmingsvlak is één bedrijfswoning toegestaan tenzij op de verbeelding een ander getal is aangegeven. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' is gebruik van de voormalige bedrijfswoning als plattelandswoning toegestaan.

  2. Bij herbouw mag de bedrijfswoning of plattelandswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend.

  3. De inhoud van een bedrijfswoning of plattelandswoning mag niet meer bedragen dan 750 m³, de inhoud van kelders wordt niet meegeteld.

  4. Indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning of plattelandswoning op de datum van ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan al meer bedraagt, geldt de bestaande inhoud plus maximaal 10% als maximaal toegestaan. Bij vervangende nieuwbouw geldt dat de woning tot maximaal de bestaande inhoud mag worden teruggebouwd.

  5. Voor woonboerderijen geldt de totale inhoud van het pand als de maximaal toegestane inhoud.

  6. De afstand tot de as van de weg moet tenminste 15 m¹ zijn.

  7. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m¹.

  8. De hoogte mag niet meer bedragen dan 10 m¹.

 

 

3.2 Herziening van artikel 4.2.5

Artikel 4.2.5 (Bijgebouwen bij bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.5 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen/plattelandswoningen

  1. Per bedrijfswoning of plattelandswoning is een bijgebouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m².

  2. De maximaal toegestane goothoogte is 3 m¹.

  3. De maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m¹.

 

 

 

3.3 Herziening van artikel 4.2.6

Artikel 4.2.6 (Andere bouwwerken bij bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.6 Andere bouwwerken bij bedrijfswoning/plattelandswoning

  1. Per bedrijfswoning of plattelandswoning mag één carport worden gebouwd met een oppervlakte van maximaal 20 m² en een maximale hoogte van 3 m¹.

  2. Voor andere bouwwerken geldt een hoogte van maximaal 1 m¹ vóór de voorgevelrooilijn en van 2 m¹ achter de voorgevelrooilijn.

 

3.4 Herziening van artikel 4.3.1

Artikel 4.3.1 (Afwijkende situering bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.3.1 Afwijkende situering bedrijfswoning/plattelandswoning

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor de (her)bouw van een bedrijfswoning of plattelandswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden.

  1. De nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd.

  2. In het geval van de herbouw van een plattelandswoning, dient herbouw plaats te vinden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning'.

  3. De stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast.

  4. Met de nieuwe situering is sprake van een planologische verbetering.

  5. De woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning.

  6. De ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd.

  7. De sloop van de oorspronkelijke woning is duurzaam verzekerd.

  8. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.1.

 

 

3.5 Herziening van artikel 4.4

Artikel 4.4 (specifieke gebruiksregels) onder 1 wordt vervangen door:

 

  1. Het gebruik van gebouwen anders dan de bedrijfswoning of plattelandswoning voor bewoning.

 

 

3.6 Toevoeging wijzigingsbevoegdheid naar plattelandswoning

Artikel 4.7.4 wordt toegevoegd:

 

Artikel 4.7.4 Wijzigingsbevoegdheid naar plattelandswoning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van het toekennen van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' aan een bestaande bedrijfswoning. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

  1. Het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf is in werking, wat blijkt uit een vergunning of melding die van kracht is op het moment van vaststelling van het wijzigingsplan.

  2. De bedrijfswoning is minimaal 10 jaar in gebruik geweest als bedrijfswoning.

  3. Er is ter plaatse van de woning uit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake van een goed woon- en leefklimaat.

  4. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

  5. De bouwregels van artikel 4.2 zijn van overeenkomstige toepassing.

 

 

Artikel 4 Herziening bestemmingsplan Buitengebied 2013

 

 

4.1 Herziening van artikel 4.1.1

Aan artikel 4.1.1 (Algemeen) wordt lid r toegevoegd:

 

  1. Binnen het bestemmingsvlak met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning’ is bewoning van de bedrijfswoning door derden die geen relatie hebben met het agrarisch bedrijf toegestaan.

 

 

4.2 Herziening van artikel 4.2.4

Artikel 4.2.4 (Bedrijfswoningen) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.4 Bedrijfswoningen/plattelandswoningen

  1. per bestemmingsvlak is één bedrijfswoning toegestaan tenzij anders aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' is gebruik van de voormalige bedrijfswoning als plattelandswoning toegestaan;

  2. bij herbouw mag de bedrijfswoning of plattelandswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend;

  3. de bedrijfswoning of plattelandswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m3. De inhoud van een kelder wordt niet meegeteld;

  4. indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning of plattelandswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt, geldt de bestaande inhoud plus maximaal 10% tot een maximum van 900 m3, als maximaal toegestaan. Bij vervangende nieuwbouw geldt dat de woning tot maximaal de bestaande inhoud mag worden teruggebouwd;

  5. voor woonboerderijen geldt de totale inhoud van het pand op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan als de maximaal toegestane inhoud;

  6. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m1;

  7. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1;

  8. de dakhelling dient tussen de 20 en 60 graden te zijn;

  9. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1;

  10. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹;

  11. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - noodwoning' is een noodwoning toegestaan waarbij de bebouwing die bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan gedeeltelijk mag worden vernieuwd of veranderd met inachtneming van de bestaande oppervlakte, goot- en bouwhoogte. Uitbreiding is niet toegestaan.

 

 

 

 

 

 

 

4.3 Herziening van artikel 4.2.5

 

Artikel 4.2.5 (Bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.5 Bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de bedrijfswoning/plattelandswoning

  1. per bedrijfswoning of plattelandswoning is een bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m².

  2. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m1;

  3. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m1;

  4. bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning of plattelandswoning te worden gebouwd;

  5. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1;

  6. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹.

 

 

4.4 Herziening van artikel 4.2.6

Artikel 4.2.6 (Bouwwerken geen gebouwen zijnde behorende bij bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde behorende bij bedrijfswoning/plattelandswoning

  1. per bedrijfswoning of plattelandswoning mag één carport worden gebouwd met de volgende maatvoering:

  1. oppervlakte niet meer dan 20 m²;

  2. bouwhoogte niet meer dan 3 m1;

  3. de carport dient op een afstand van ten minste 1 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning of plattelandswoning te worden gebouwd;

  4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹;

  5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1;

  6. de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, is maximaal 2,5 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m1;

  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m1 zijn en voor het overige maximaal 2 m1.

 

4.5 Herziening van artikel 4.3.2

Artikel 4.3.2 (Herbouw bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.3.2 Herbouw bedrijfswoning/plattelandswoning

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.4, ten behoeve van de herbouw van een bedrijfswoning of plattelandswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

  1. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd;

  2. In het geval van de herbouw van een plattelandswoning, dient herbouw plaats te vinden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning'.

  3. de bedrijfswoning of plattelandswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning of plattelandswoning;

  4. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd;

  5. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast;

  6. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering;

  7. de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning of plattelandswoning is duurzaam verzekerd;

  8. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 32.2.

 

 

4.6 Herziening van artikel 4.4.1

Artikel 4.4.1 strijdig gebruik) onder f wordt vervangen door:

 

  1. het gebruik van gebouwen anders dan de bedrijfswoning of plattelandswoning voor bewoning;

 

4.7 Toevoeging wijzigingsbevoegdheid naar plattelandswoning

Artikel 4.7.7 wordt toegevoegd:

 

Artikel 4.7.7 Wijzigingsbevoegdheid naar plattelandswoning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van het toekennen van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' aan een bestaande bedrijfswoning. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

  1. Het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf is in werking, wat blijkt uit een vergunning of melding die van kracht is op het moment van vaststelling van het wijzigingsplan.

  2. De bedrijfswoning is minimaal 10 jaar in gebruik geweest als bedrijfswoning.

  3. Er is ter plaatse van de woning uit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake van een goed woon- en leefklimaat.

  4. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

  5. De bouwregels van artikel 4.2 zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 5 Herziening bestemmingsplan Buitengebied 2014

 

 

5.1 Herziening van artikel 4.2.5

Artikel 4.2.5 (Bedrijfswoningen) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.5 Bedrijfswoningen/plattelandswoningen

  1. per bestemmingsvlak is één bedrijfswoning toegestaan tenzij anders aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' is gebruik van de voormalige bedrijfswoning als plattelandswoning toegestaan;

  2. bij herbouw mag de bedrijfswoning of plattelandswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend;

  3. herbouw van een woonboerderij is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/ of herstel van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;

  4. de bedrijfswoning of plattelandswoning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m3. De inhoud van een kelder wordt niet meegeteld;

  5. indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning of plattelandswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, geldt de bestaande inhoud plus maximaal 10% tot een maximum van 900 m3, als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd;

  6. voor woonboerderijen geldt de totale inhoud van het pand als de maximaal toegestane inhoud;

  7. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m1;

  8. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1;

  9. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn;

  10. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1;

  11. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹;

  12. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2;

  13. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - noodwoning' is een noodwoning toegestaan waarbij de bebouwing die bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan gedeeltelijk mag worden vernieuwd of veranderd met inachtneming van de bestaande oppervlakte, goot- en bouwhoogte. Uitbreiding is niet toegestaan.

 

5.2 Herziening van artikel 4.2.6

 

Artikel 4.2.6 (Bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.6 Bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de

bedrijfswoning/plattelandswoning

  1. per bedrijfswoning of plattelandswoning is een bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m²;

  2. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m1;

  3. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m1;

  4. bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd;

  5. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1;

  6. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹.

 

 

5.3 Herziening van artikel 4.2.7

Artikel 4.2.7 (Bouwwerken geen gebouwen zijnde behorende bij bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.2.7 Bouwwerken geen gebouwen zijnde behorende bij

bedrijfswoning/plattelandswoning

  1. per bedrijfswoning of plattelandswoning mag één carport worden gebouwd met de volgende maatvoering:

  1. oppervlakte niet meer dan 20 m²;

  2. bouwhoogte niet meer dan 3 m1;

  3. de carport dient op een afstand van ten minste 1 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd;

  4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹;

  5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1;

  6. de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, is maximaal 2,5 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m1;

  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m1 zijn en voor het overige maximaal 2 m1.

 

5.4 Herziening van artikel 4.3.3

Artikel 4.3.3 (Herbouw bedrijfswoning) wordt in zijn geheel vervangen door:

 

Artikel 4.3.3 Herbouw bedrijfswoning/plattelandswoning

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.5, ten behoeve van de herbouw van een bedrijfswoning of plattelandswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

  1. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd;

  2. In het geval van de herbouw van een plattelandswoning, dient herbouw plaats te vinden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning';

  3. de bedrijfswoning of plattelandswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning of plattelandswoning;

  4. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd;

  5. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast;

  6. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering;

  7. de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning of plattelandswoning is duurzaam verzekerd;

  8. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 23.2.

 

5.5 Herziening van artikel 4.4.1

Artikel 4.4.1 strijdig gebruik) onder f wordt vervangen door:

 

  1. het gebruik van gebouwen anders dan de bedrijfswoning of plattelandswoning voor bewoning;

 

5.6 Toevoeging wijzigingsbevoegdheid naar plattelandswoning

Artikel 4.7.5 wordt toegevoegd:

 

Artikel 4.7.5 Wijzigingsbevoegdheid naar plattelandswoning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van het toekennen van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning' aan een bestaande bedrijfswoning. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

  1. Het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf is in werking, wat blijkt uit een vergunning of melding die van kracht is op het moment van vaststelling van het wijzigingsplan.

  2. De bedrijfswoning is minimaal 10 jaar in gebruik geweest als bedrijfswoning.

  3. Er is ter plaatse van de woning uit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake van een goed woon- en leefklimaat.

  4. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

  5. De bouwregels van artikel 4.2 zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

 

 

Artikel 6 Overgangsrecht

 

6.1 Overgangsrecht bouwwerken

  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

  1. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %.

  2. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

6.2 Overgangsrecht gebruik

  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

  3. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

  4. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

 

Artikel 7 Slotregel

 

Deze regels worden aangehaald als:

 

Regels van het bestemmingsplan 'Plattelandswoningen Someren'.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vastgesteld: 26 november 2015