direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Veegplan beheersverordeningen Tynaarlo
Status: ontwerp
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.1730.BHVVeegplanTyn-0301

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Binnen de beheersverordeningen van de gemeente Tynaarlo is behoefte aan een zogenaamd veegplan. Met het veegplan worden een aantal kleine omissies gerepareerd ten opzichte van deze geldende beheersverordeningen. Alle aanpassingen die met het veegplan worden doorgevoerd, zijn van geringe omvang en sorteren geen (significant) effecten ten opzichte van de geldende beheersverordeningen. Het betreffen zeer geringe correcties, aanvullingen en aanpassingen die de juridische regeling in overeenstemming brengt met de feitelijke situatie. Voor nadere informatie en onderzoeken over de gegeven bestemmingen, wordt daarom verwezen naar de toelichtingen behorende bij de geldende, vastgestelde beheersverordeningen. Door de reparaties worden de beheersverordeningen ook op orde gemaakt voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024.

1.2 Beheersverordeningen

In de beheersverordeningen van de gemeente Tynaarlo worden een aantal bestemmingen of algemene regels gewijzigd. Daarnaast wordt voor enkele adressen de bestemming gewijzigd. Het is een gedeeltelijke herziening, wat wil zeggen dat de hieronder genoemde moeder-beheersverordeningen (en eventuele eerdere partiële herzieningen) van kracht blijven, voor zover die in de voorliggende beheersverordening (veegplan) niet worden gewijzigd en aangevuld. De aanvulling bestaat uit een verbeelding en een set regels.

De lijst met van toepassing te verklaren beheersverordeningen is opgenomen in Bijlage 1.

1.3 Plangebied

Het veegplan omvat het hele grondgebied van de gemeente Tynaarlo, minus de delen waarvoor nu geen beheersverordening maar een bestemmingsplan geldt. Voor die delen waarvoor nu een bestemmingsplan geldt, zal een veeg-bestemmingsplan worden opgesteld.

1.4 Leeswijzer

In vervolg op dit inleidende hoofdstuk licht hoofdstuk 2 de wijzigingen toe. Hoofdstuk 3 staat kort stil bij de omgevingsaspecten. Vervolgens geeft hoofdstuk 4 een juridische planbeschrijving. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitvoerbaarheid van de verordening.

Hoofdstuk 2 Toelichting op de wijzigingen

Er worden een aantal wijzigingen op perceelsniveau en een aantal algemene wijzigingen doorgevoerd. De wijzigingen op perceelsniveau betreffen bijvoorbeeld het wijzigen van een bestemming of aanduiding voor een concreet adres. De algemene wijzigingen behelsen bijvoorbeeld een wijziging voor het hele gemeentegebied of het wijzigingen van een bepaalde bestemming uit een bepaalde beheersverordening.

2.1 Wijzigingen op perceelsniveau

Brink OZ 2-4, Zuidlaren

Het perceel is onderdeel van beheersverordening 'Westlaren, Kazerneterrein en Zuid-Es' (vastgesteld 2017-09-12). Hierin heeft het de bestemming 'Centrum'. Toen het bestemmingsplan 'Zuidlaren centrum' in de beheersverordening 'Westlaren, Kazerneterrein en Zuid-Es' is omgezet, zijn per abuis een aantal dubbelbestemmingen en aanduidingen vergeten.

In voorgaand bestemmingsplan hadden de percelen ook de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht'. Perceel nr. 2 mist de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Tot slot missen beide percelen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalend'.

De verbeelding wordt hierop aangepast. Voorts blijven van toepassing verklaard: 'Centrum', de bouwvlakken, 'Waarde - Archeologie 2' voor nr. 4, 'horeca tot en met cat. 3' voor nr. 4, 'specifieke bouwaanduiding - provinciaal monument' voor nr. 2.

De regels behoeven geen wijziging.

Groningerweg 109, Eelderwolde

Het perceel is onderdeel van het 'Bestemmingsplan Kleinere kernen' (vastgesteld 2010-04-27). Hierin heeft het de bestemming 'Bedrijf' en aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' en 'veiligheidszone - bevi'.

De opslag en verkoop van LPG voor het wegverkeer is beëindigd. De LPG-installatie is in zijn geheel verwijderd. De aanduidingen 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' en 'veiligheidszone - bevi' worden verwijderd. De verbeelding wordt hierop aangepast via een veeg-bestemmingsplan.

Omdat de veiligheidszone doorloopt in de beheersverordening 'Paterswoldsemeer' (vastgesteld 2016-01-19) middels de aanduiding 'veiligheidszone - lpg', wordt ook deze veiligheidszone van de verbeelding verwijderd. De zone wordt verwijderd door het aanbrengen van de aanduiding 'overige zone - veiligheidszone lpg vervallen'. De verbeelding en regels worden hierop aangepast.

Met het schrappen van de aanduiding, vervalt artikel 12 (Algemene aanduidingsregels) van de beheersverordening.

Kadastraal perceel gem. Eelde, sectie A, nr. 3762

Het perceel is onderdeel van de beheersverordening 'Paterswoldsemeer' (vastgesteld 2016-01-19). Hierin heeft het de bestemming 'Recreatie - 1'. Uit artikel 4.1, sub b onder 1 volgt dat deze gronden onder andere zijn bestemd voor: gebouwen, voor zover ten dienste van de recreatie, ten behoeve van detailhandel in voedings- en genotmiddelen. Kiosken en dergelijke zijn niet wenselijk op het perceel. Daarom wordt op de verbeelding de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - detailhandel uitgesloten' aangebracht. In de regels wordt opgenomen:

De voor 'Recreatie - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

(...)

b. gebouwen, voor zover ten dienste van de recreatie, ten behoeve van:

1. detailhandel in voedings- en genotmiddelen, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie uitgesloten - detailhandel' ;

De regels en verbeelding worden hierop aangepast.

2.2 Algemene wijzigingen

Parkeernormen

In alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen van de gemeente Tynaarlo moet een bepaling ten aanzien van parkeren worden opgenomen. Zo kan bij aanvragen om een omgevingsvergunning een parkeertoets plaatsvinden. In recente bestemmingsplannen en beheersverordeningen, die dateren na de wijziging van de Woningwet van eind 2014, is vaak wel een regeling met betrekking tot parkeren opgenomen. Desalniettemin wordt met voorliggende veeg-beheersverordening voor álle beheersverordeningen een actuele, uniforme parkeerregeling vastgesteld.

Het opstellen van parkeerbeleid is een autonome taak van gemeenten. Parkeerbeleid kan worden ingezet voor verbetering van de bereikbaarheid en leefbaarheid in woonwijken, bedrijventerreinen en (winkel)centra. Via parkeerbeleid kan de gemeente de verdeling van de schaarse parkeerruimte reguleren en overlast voorkomen. Normen kunnen worden opgenomen in een Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) of in een parkeernota.


Artikel 9 van deze beheersverordening voegt specifieke regels voor parkeerbepalingen en laden of lossen in de onderliggende (alle) beheersverordeningen toe. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of verbouwen of het wijzigen van het gebruik moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf voor de beoogde functie. Het toetsingskader dat hierbij wordt gehanteerd zijn de door het kennisplatform CROW vastgestelde richtlijnen (publicatie 381 - december 2018, of de meest actuele uitgave), dan wel aan de hand van de van toepassing zijnde beleidsregels van de gemeente Tynaarlo ten aanzien van parkeren bepaald.


De regeling voor de laad- en losvoorzieningen van goederen sluit aan op het algemene beleid zoals dat is opgenomen in de 'Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen' (hierna ASVV). Voor het bepalen wanneer sprake is van "in voldoende mate voorzien" is aangesloten bij het ASVV 2012 (uitgave van het CROW) dan wel de geldende versie op het moment van het indienen van de aanvraag. Bij het dimensioneren van de ruimte voor laden en/of lossen van goederen en de bereikbaarheid daarvan moet worden aangesloten bij de afmetingen en de eigenschappen van de ontwerpvoertuigen uit de ASVV.


Nieuwe beheersverordeningen die in de gemeente worden opgesteld, moeten een vergelijkbare regeling voor parkeren en laad- en losvoorzieningen bevatten.


De gemeente heeft geen nota opgesteld waar parkeernormen in staan opgenomen (parkeerbeleid). Mocht in de toekomst de gemeente Tynaarlo wel een parkeerbeleid vaststellen, dan wordt dit ook een toetsingskader.

De regels worden hierop aangepast. De verbeelding behoeft geen aanpassing.

Hoofdstuk 3 Omgevingsaspecten

Doordat deze herziening uitsluitend een plantechnische aanpassing betreft, is de toetsing van de omgevingsaspecten zoals geluidhinder, luchtkwaliteit, bodem, milieuzonering, externe veiligheid, archeologie en cultuurhistorie, ecologie, m.e.r. en water etc. niet noodzakelijk.

Wat betreft de actualisering van diverse bestemmingen is in Hoofdstuk 2 stilgestaan bij de motivering van de wijziging.

Wat betreft de uniforme parkeernormen vindt geen toename van bebouwing plaats en de bebouwingscontouren en -mogelijkheden worden niet verruimd. Deze beheersverordening heeft in ruimtelijk-functionele zin aldus een dusdanig beperkte impact dat nadere onderzoeken of motivering niet nodig zijn. Er zullen geen onevenredige ruimtelijke effecten optreden waardoor belangen van derden worden aangetast.

Hoofdstuk 4 Juridische vormgeving

4.1 Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Voorliggende beheersverordening sluit hierop aan. De beheersverordening bestaat uit:

  • a. een verbeelding van het plangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen;
  • b. de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd;
  • c. een toelichting waarin onder meer het relevante beleid op verschillende overheidsniveaus wordt beschreven, een toets plaatsvindt aan de milieuaspecten en de bestemmingsregels worden toegelicht.

Ook zijn de regels van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) toegepast. Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat bestemmingsplannen (en beheersverordeningen) goed met elkaar kunnen worden vergeleken.

De beheersverordening, met de daarbij behorende toelichting, wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van de beheersverordening. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie beslissend.

4.2 Planregels

De regels zijn opgebouwd uit een aantal hoofdstukken. Deze indeling ziet er als volgt uit:

4.2.1 Inleidende regels

In Artikel 1 is een uitleg van de in de beheersverordening gebruikte begrippen opgenomen.


In Artikel 2 is een lijst opgenomen van de geldende beheersverordeningen waarop voorliggend veegplan van toepassing is. De beheersverordening kan niet los worden gezien van de onderliggende verordeningen en moet in samenhang worden gelezen. In geval van strijdigheid van bepalingen, gaan de bepalingen van voorliggende veeg-beheersverordening voor.

4.2.2 Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingen opgenomen in Artikel 3 en Artikel 4. In dit hoofdstuk worden alle bestemmingsgewijze en adresgewijze wijzigingen geregeld. De toelichting op deze wijzigingen is in paragraaf 2.1 van de toelichting uitgewerkt.

De bestemmingen die naar aanleiding van de actualisering komen te gelden voor een adres, zijn gebaseerd op de moeder-beheersverordening waarin het adres gelegen is. In de regels van voorliggende beheersverordening zal daarom bij de nieuwe bestemming een koppeling worden gemaakt met e moeder-beheersverordening. De 'oude' bestemming wordt als vervallen verklaard.

De (dubbel)bestemmingen, aanduidingen, maatvoering die níét wijzigen voor een adres, worden overgenomen door middel van een van toepassing verklaring. Deze worden ook overgenomen, om te voorkomen dat deze bestemmingen worden 'overruled' door voorliggende beheersverordening. Ook voor deze bestemmingen geldt dat wordt verwezen naar de moeder-beheersverordening. Hetzelfde is gedaan voor de algemene aanduidingsregels (in Artikel 8, zie hieronder in paragraaf 4.2.3).

4.2.3 Algemene regels

In hoofdstuk 3 zijn de anti-dubbeltelregel en de overige regels opgenomen.

ANTI-DUBBELTELREGEL
Het doel van de anti-dubbeltelregel (Artikel 7) is om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan/beheersverordening bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren.

OVERIGE REGELS
In artikel 9.1 worden de specifieke regels voor parkeerbepalingen en laden of lossen in de onderliggende beheersverordeningen geregeld. De toelichting hierop is in 2.2 van de toelichting uitgewerkt.

4.2.4 Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen in respectievelijk Artikel 10 en Artikel 11 Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van deze beheersverordening is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met tien procent wordt mogelijk gemaakt.

Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met deze nieuwe beheersverordening op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van de verordening wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

In de slotregel van de beheersverordening wordt aangegeven onder welke titel de beheersverordening wordt vastgelegd.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid

Wat betreft het onderdeel parkeren maakt de veeg-beheersverordening geen ontwikkelingen mogelijk. De verordening leidt wat betreft parkeren daarom ook niet tot kosten en kan dus als economisch uitvoerbaar worden geacht. Het is daarom niet noodzakelijk om een exploitatieplan of een overeenkomst over kostenverhaal op te stellen.

De actualiseringen en partiële herzieningen die worden doorgevoerd met voorliggende veeg-beheersverordening zijn geen plannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Een grondexploitatieplan en anterieure overeenkomsten zijn dus niet aan de orde. De economische uitvoerbaarheid is daarmee gegarandeerd.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voorfase

Omdat de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt slechts een beperkte invloed op de omgeving heeft, heeft de gemeente geen 'voorfase' gehanteerd. Het gaat slechts om het herstellen van omissies.

Terinzagelegging

De beheersverordening wordt gedurende zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De resultaten hiervan worden te zijner tijd verwerkt.