direct naar inhoud van Regels
Plan: Paraplubestemmingsplan gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1940.BPDFM21PBGEWASBSVZ-VO01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 het plan:

het Paraplubestemmingsplan gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones met identificatienummer NL.IMRO.1940.BPDFM21PBGEWASBSVZ-VO01 van de gemeente De Fryske Marren;

1.2 het bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 bestaand:
  • a. bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan of zoals dat kan worden gebruikt krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;
  • b. bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezig zijn of nog kunnen worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, daaronder valt niet de bebouwing die reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;
  • c. bestaande afmetingen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.4 fruitboomgaard:

een geheel van meerdere doelbewust in elkaars nabijheid aangeplante bomen, gericht op het bedrijfsmatig produceren van fruit;

1.5 gevoelige functie:

(recreatie)woningen, onderwijsinstellingen, kinderdagverblijven, zorginstellingen, recreatieverblijven met de daarbijbehorende (bouw)percelen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen functies.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 Afstand spuitvrije zone tot een gevoelige functie

gemeten vanaf de bestemmingsgrens, dan wel indien niet aanwezig gemeten vanaf de bouwperceelgrens.

Artikel 3 Van toepassing verklaring

Dit artikel geeft aan op welke gebieden het paraplubestemmingsplan betrekking heeft.

De regels in dit bestemmingsplan zijn van toepassing op de in bijlage 1 opgenomen bestemmingsplannen en wijzigingsplannen. De hierin opgenomen bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch - cultuurgrond', 'Agrarisch – Agrarisch Bedrijf', 'Agrarisch - Bedrijf' 'Agrarisch met waarden', 'Bedrijf – Paardenhouderij', 'Agrarisch – Besloten landschap', 'Agrarisch – Open landschap' en daarmee vergelijkbare en/of andere bestemmingen en aanduidingen die het telen van gewassen en de productie van fruit in fruitboomgaarden mogelijk maken worden gewijzigd en aangevuld met de regels uit dit bestemmingsplan.

Overige regels binnen de vigerende bestemmingsplannen en wijzigingsplannen uit bijlage 1 blijven onverkort van toepassing.

Hoofdstuk 2 Regels spuitvrije zones

Artikel 4 Algemene gebruiksregels

4.1 Gebruiksregels
  • a. Voor zover krachtens de bestemmingsplannen en wijzigingsplannen zoals genoemd in Artikel 3, het gebruik van gronden voor het telen van gewassen uit bijlage 2 en/of de productie van fruit in fruitboomgaarden uit bijlage 2 is toegestaan, is het verboden deze gronden te gebruiken voor het telen van de in bijlage 2 opgenomen gewassen en/of de productie van fruit in fruitboomgaarden uit bijlage 2 voor zover gelegen op een afstand van minder dan 50 meter van een bestaande gevoelige functie dan wel een gevoelige functie die op grond van de bestemmingsplannen en wijzigingsplannen , genoemd in bijlage 1 is toegestaan;
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a geldt deze afstand niet voor bestaande situaties waarin sprake is van het telen van gewassen als genoemd in bijlage 2 en/of de productie van fruit in fruitboomgaarden op een afstand minder dan 50 meter, dan geldt de bestaande afstand.
4.2 Afwijken van de gebruiksregels

Van het bepaalde in artikel 4.1 kan het college van burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, in die zin dat het telen van de in bijlage 2 opgenomen gewassen en/of productie van fruit in fruitboomgaarden op minder dan 50 meter van een gevoelige functie mag plaatsvinden, op voorwaarde dat:

  • 1. uit onderzoek blijkt dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geen invloed heeft op het woon- en leefklimaat.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregeling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 6 Overgangsrecht bouwen

  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sublid a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10 %.
  • c. Sublid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Artikel 7 Overgangsrecht gebruik

  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het bestemmingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 8 Slotregel

De regels worden aangehaald als:

Regels van het Paraplubestemmingsplan gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones .