direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Paraplubestemmingsplan gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1940.BPDFM21PBGEWASBSVZ-VO01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

In de gemeente De Fryske Marren geeft de fruit- en bollenteelt (met name lelieteelt) aanleiding tot ongerustheid bij omwonenden over de effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht op de gezondheid.

De gemeente kent nu geen specifieke regeling ter bescherming van omwonenden als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht. Het paraplubestemmingsplan gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones voorziet hierin.

Deze regeling is zowel van toepassing op de bollenteelt als op de fruitteelt (in fruitboomgaarden), omdat hier de mate waarin en de wijze waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast aanleiding geeft tot het treffen van een regeling met een spuitvrije zone van 50 meter ten opzichte van spuitgevoelige functies (woningen en andere gebouwen waar mensen langdurig verblijven). Deze spuitvrije zone borgt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve een goede ruimtelijke ordening. Alleen door het treffen van maatregelen en/of het doen van onderzoek kan wellicht een kortere afstand worden gehanteerd.

1.2 Achtergrond

Gewasbeschermingsmiddelen worden veel in de fruit- en bollenteelt toegepast. (Bloem)bollen en vooral lelies zijn erg vatbaar voor ziektes of aantasting door plagen. Om de (bloem)bollen te beschermen, worden (chemische) bestrijdingsmiddelen gebruikt, de gewasbeschermingsmiddelen. Deze middelen worden door middel van spuitbomen aangebracht op de gewassen. Hierbij kan een deel van de gewasbeschermingsmiddelen verwaaien naar de naastliggende omgeving, dit wordt ook wel drift genoemd. Bij omwonenden ontstaan zorgen over hun gezondheid en de nadelige effecten van de gewasbeschermingsmiddelen.

Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen woningen. De Nederlandse wetgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen is met name gericht op de reductie van de risico’s van het gebruik van deze middelen voor het watermilieu. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) bevat een toelatingsstelsel voor het op de markt brengen en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. In deze wet zijn ook bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van de gezondheid van de professionele gebruikers en werknemers. Het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat regels om de emissie van bestrijdingsmiddelen naar het water te reduceren. De afstanden en teeltvrije zones die in het Activiteitenbesluit worden genoemd, zijn gerelateerd aan het oppervlaktewater. Het Activiteitenbesluit is evenmin bruikbaar.

Dat de gezondheid en daarmee het woon- en leefklimaat aandacht verdient, is ook gebleken uit de ontwikkelde jurisprudentie op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen. Deze jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2009:BJ8308 (Lingewaard 2009), ECLI:NL:RVS:2018:865 (Aalsmeer 2018), ECLI:NL:RVS:2014:1085 (Lingewaard 2017)) geeft duidelijke kaders voor ruimtelijke regelingen die het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen toelaten. In eerst instantie betroffen de uitspraken kwesties inzake hoogstamfruitteelt. De spuithoogte bij deze teelt is hoger dan bij andere teelten. De grotere hoogte van spuiten leidt tot een ruimere verspreiding van het middel door de lucht naar de omgeving. Deze drift is mede afhankelijk van de windrichting en windkracht.

Jurisprudentie (24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1353) geeft ook aan dat dat bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open teelt een algemeen belang mag worden toegekend aan de volksgezondheid en deze vertaald mag worden naar een minimale afstand van 50 meter tot woon- en verblijfslocaties. Afwijken van deze afstand is mogelijk, mits dit goed onderbouwd is met locatie-specifiek spuitzone-onderzoek. Dit is ook waar deze partiële herziening van de beheersverordeningen in voorziet. Tevens kan uit recente jurisprudentie van 10 februari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:276) worden geconcludeerd dat in eerste instantie 50 meter aangehouden moet worden. De bewijslast inzake de (afwezigheid van) gezondheidsrisico's bij kleinere afstanden dan 50 meter ligt bij de agrariër.

Recentelijk zijn er ook onderzoeken uitgevoerd naar gewasbeschermingsmiddelen en omwonenden door de gezondheidsraad en het RIVM. Dit betreffen de onderzoeken 'Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden' (Gezondheidsraad, 2020) en 'Bestrijdingsmiddelen en omwonenden' (RIVM, 2019). In deze onderzoeken worden gezondheidsrisico's in verband gebracht met gewasbeschermingsmiddelen.

1.3 Planvorm

Het voorliggende bestemmingsplan betreft een paraplubestemmingsplan. Een paraplubestemmingsplan is een partiële van meerdere bestemmingsplannen en wijzigingsplannen. Op één of meer aspecten worden diverse bestemmingsplannen met een paraplubestemmingsplan aangepast of aangevuld, voor het overige blijven de desbetreffende bestemmingsplannen en wijzigingsplannen (regels en verbeelding) van kracht. Dit maakt het dus mogelijk om met één bestemmingsplan alle bestemmingsplannen en wijzigingsplannenaan te vullen of aan te passen. Dit paraplubestemmingsplan is daarmee een aanvullende regeling over het onderwerp gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones en herziet de bestaande bestemmingsplannen en wijzigingsplannen partieel. Het Paraplubestemmingsplan voorziet in een aanvullende regeling om een goed woon- en leefklimaat te borgen bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

De regels gelden in aanvulling op en ter vervanging van de regels in de plannen uit bijlage 1 voor zover deze het telen van gewassen uit bijlage 2 en/of de productie van fruit in fruitboomgaarden toestaan.

Tegelijkertijd wordt voor hetzelfde onderwerp ook een herziening voor de beheersverordeningen die in de gemeente gelden, opgesteld. Die beheersverordening heeft hetzelfde doel, maar kan juridisch gezien geen onderdeel uitmaken van een bestemmingsplanherziening, omdat het gaat om verschillende ruimtelijke instrumenten met elk een eigen procedure.

1.4 Plangebied

Het paraplubestemmingsplan geldt voor alle gronden binnen de geldende bestemmingsplannen en wijzigingsplannen waar mogelijkerwijs de problematiek van gewasbeschermingsmiddelen kan spelen. Dit betekent dat dit de gebieden betreft waar het telen van gewassen en/of de productie van fruit in fruitboomgaarden mogelijk is.

De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.

afbeelding "i_NL.IMRO.1940.BPDFM21PBGEWASBSVZ-VO01_0001.png"

Figuur 1: Plangebied

Hoofdstuk 2 Beleid

2.1 Rijks- en provinciaal beleid

Op verschillende niveaus gelden beleidsnota's die betrekking hebben op het verordeningsgebied. Op rijksniveau is dit onder andere de “Nationale Omgevingsvisie” en het “Besluit algemene regels ruimtelijke ordening”. Op provinciaal niveau zijn dit de “Omgevingsvisie Fryslân” en de “Verordening Romte”. Deze beleidsnota's geven geen specifieke uitgangspunten voor dit paraplubestemmingsplan omdat de belangen in de onderliggende bestemmingsplannen zijn geregeld. In algemene zin wordt gestreefd naar een voortzetting en met name een verbetering van het bestaande kwaliteitsniveau. Dit geldt dan ook voor het plangebied.

2.2 Gemeentelijk beleid

Ontwerp-omgevingsvisie De Fryske Marren (juli 2018)

De (ontwerp)omgevingsvisie gaat uit van een goede leefomgeving, daarbij gaat het ook om gezondheid. De gemeente borgt de gezondheid onder meer door ontwikkelingen die een mogelijke belasting opleveren voor de omgeving zorgvuldig af te wegen. Het gaat in het voorliggende paraplubestemmingsplan niet specifiek om een nieuwe ontwikkelingen, maar wel om het borgen van de gezondheid indien gebruik wordt gemaakt van de onbenutte juridisch-planologische mogelijkheden.

Gelet op de uitgangspunten van de (ontwerp)omgevingsvisie, voldoet de regeling ook aan het in ontwikkeling zijnde beleid van de gemeente en geeft hier alvast invulling aan binnen de huidige wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 3 Juridische toelichting

3.1 Uitleg van de regeling

3.1.1 Inleiding

Het paraplubestemmingsplan is gebaseerd op het zoveel mogelijk behouden van de juridisch-planologische ruimte zoals deze is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen en wijzigingsplannen. Het paraplubestemmingsplan vormt het juridisch-planologische regime voor het borgen van spuitzones als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht.

De regeling ziet alleen op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij het telen van gewassen als genoemd in bijlage 2 en/of de productie van fruit op bedrijfsmatige wijze of in een vorm als zijnde bedrijfsmatig. Bij het telen van de gewassen uit bijlage 2 is sprake van risicovolle spuitzones, dus spuitzones die mogelijk van invloed zijn op de gezondheid en het woon- en leefklimaat. Deze gewassen worden bespoten op een manier waardoor drift kan plaatsvinden. Bij deze gewassen worden daarnaast veel, gezien het gemiddelde, gewasbeschermingsmiddelen per hectare per jaar gebruikt.

Bij de productie van fruit in fruitboomgaarden wordt geen nader onderscheid gemaakt naar type fruit en hiervoor is dus geen aparte lijst opgenomen. Een algemene verwijzing naar de productie van fruit in fruitboomgaarden volstaat. De reden hiervoor is dat de cijfers voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn gebaseerd op appels en peren (https://opendata.cbs.nl/statline/portal.html?_la=nl&_catalog=CBS&tableId=84007NED&_theme=228). Het aandeel van deze soorten in de landelijke fruitteelt is 80%. Deze wordt representatief geacht voor het overige deel van de fruitsoorten (landelijk zijn 11 fruitgewassen bekend). Ook fruitbomen worden bespoten op een manier waardoor drift kan plaatsvinden en waarbij veel gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

Binnen de ontwikkelde jurisprudentie zijn duidelijke kaders ontstaan voor ruimtelijke regelingen die het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen toelaten.

De kaders zijn dat een afstand van minimaal 50 meter moet worden gehanteerd ten opzichte van spuitgevoelige functies (woningen en andere gebouwen waar mensen langdurig verblijven). De regeling is erop gericht om een spuitvrije zone van 50 meter aan te houden tot een gevoelige functie.

3.1.2 Opzet en toelichting regels

Per hoofdstuk is de opbouw van de regels beschreven.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Dit hoofdstuk bestaat uit de inhoudelijke begripsbepalingen die van belang zijn voor de toepassing van het paraplubestemmingsplan. Deze regeling heeft zijn eigen begrippen. Deze begrippen worden daarom toegevoegd aan de bestaande begrippen uit de geldende bestemmingsplannen (en wijzigingsplannen. Het begrip gevoelige functie is toegevoegd om aan te geven wanneer sprake is van een gevoelige functie in relatie tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelenen. Dit zijn onder meer woningen en zorginstellingen.

Bij de definiëring van het begrip “gevoelige functie” is uitgegaan van een langere verblijfstijd en dus langdurige blootstelling. Waar ook rekening mee is gehouden is de kwetsbaarheid van groepen mensen zoals kinderen. Kinderen en vooral jonge kinderen zijn kwetsbaarder zowel voor inname als voor de gevolgen tijdens de groei en ontwikkeling. Tijdens het spelen kunnen zij sneller in contact komen met verontreinigd oppervlak en kunnen dit dan oraal binnenkrijgen. Wat onder een gevoelige functie wordt verstaan, is gedefinieerd in artikel 1.5.

De buitenruimte moet een veilige omgeving zijn om in te verblijven. Dit geldt ook voor speelpleinen van scholen en kinderopvangplekken. Naast kinderen zijn ouderen ook een gevoelige doelgroep. Ouderen hebben vaak een zwakkere gezondheid en kunnen sneller ziek of zieker worden wanneer deze extra belast worden. Daarom zijn verzorgingshuizen en andere plekken waar zorg aan kwetsbare mensen wordt verleend ook meegenomen als gevoelige functie.

Het begrip fruitboomgaard is opgenomen om aan te geven dat het om een bedrijfsmatige vorm van voortbrengen van fruit wordt verstaan. De regeling ziet namelijk niet op een enkele fruitboom (of een paar) in bijvoorbeeld de tuin bij een woning.

Voor het telen van gewassen is geen specifieke begripsbepaling opgenomen. Het telen van gewassen is binnen de geldende regelingen al onderdeel van de doorgaans agrarische bedrijfsvoering. Daarmee is voldoende geborgd dat het gaat om een regeling die ziet op het bedrijfsmatig telen van gewassen.

Artikel 3 Van toepassing verklaring

Dit artikel geeft aan op welke gebieden het paraplubestemmingsplan betrekking heeft. De regels in dit bestemmingsplan zijn van toepassing op de in bijlage 1 opgenomen bestemmingsplannen en wijzigingsplannen. In deze bestemmingsplannen en wijzigingsplannen maken de bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch - cultuurgrond', 'Agrarisch – Agrarisch Bedrijf', 'Agrarisch - Bedrijf' 'Agrarisch met waarden', 'Bedrijf – Paardenhouderij', 'Agrarisch – Besloten landschap', 'Agrarisch – Open landschap' en daarmee vergelijkbare en/of andere bestemmingen en aanduidingen het telen van gewassen en de productie van fruit in fruitboomgaarden mogelijk.

De overige regels binnen de vigerende bestemmingsplannen en wijzigingsplannen blijven onverkort van toepassing.

Hoofdstuk 2 Regels spuitvrije zones

In dit hoofdstuk zijn de regels met betrekking tot de spuitvrije zones opgenomen. Dit betekent een verbod op het telen van gewassen en/of de productie van fruit in fruitboomgaarden binnen 50 meter van een gevoelige functie.

Artikel 4 Gebruiksregels

In dit artikel is het verbod op het telen van gewassen en/of het planten fruitboomgaarden opgenomen voor zover gelegen binnen 50 meter van een gevoelige functie. Dit betreft alleen de gewassen uit bijlage 2 en/of de productie van fruit in fruitboomgaarden. Hiervan zijn de bestaande situaties uitgezonderd, waarin het telen van gewassen en/of fruitboomgaarden aanwezig zijn op het moment van vaststelling van het paraplubestemmingsplan.

Met een omgevingsvergunning kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van dit verbod. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat door onderzoek moet worden aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd.

Hoofdstuk 3 en 4 Overgangs- en slotregels

De overige artikelen in dit paraplubestemmingsplan zijn opgenomen omdat dat op basis van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht is. De anti-dubbeltelregeling in hoofdstuk 3 is bedoeld om te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw zou kunnen worden gebruik gemaakt. Tenslotte is in hoofdstuk 4 nog een standaardbepaling voor het overgangsrecht opgenomen (artikel 6 en 7) en een slotregel (artikel 8).

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid

4.1 Omgevingsaspecten

Dit bestemmingsplan bestaat uit enkele aanvullingen en aanpassingen van de bestaande regels die geen toetsing aan de diverse omgevingsaspecten zoals water, milieu en natuur vragen.

4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De gemeente De Fryske Marren maakt inspraak mogelijk op basis van de inspraakverordening. Het paraplubestemmningsplan wordt 6 weken ter inzage gelegd, zodat iedereen in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren. Tijdens deze periode wordt ook het verleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening doorlopen.

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpplan wordt vervolgens gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gebracht zienswijzen in te dienen.

Vastgesteld bestemmingsplan

Het plan wordt ten slotte door de gemeenteraad - al dan niet gewijzigd - vastgesteld. Tegen de vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.