Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: facetbestemmingsplan 'Harmonisatie Het Hogeland'
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.1966.harmonisatie-ON01

Regels

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 aan huis verbonden bedrijf:

een dienstverlenend c.q. ambachtelijk bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.2 agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;

1.3 ambachtelijk bedrijf:

het bedrijfsmatig geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of het leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht;

1.4 bed & breakfastaccommodatie:

het tegen betaling aanbieden van logies en ontbijt in of bij een bewoond pand;

1.5 bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;

1.6 bestaand:

het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen;

1.7 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 

1.8 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.9 buitengebied:

de plangebieden van de geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied' en de daarop betrekking hebbende partiële herzieningen en facetbestemmingsplannen;

1.10 dienstverlenend bedrijf:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten in de vorm van een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend bedrijf, alsmede schoonmaakbedrijven, wassalons, kappersbedrijven, schoonheidssalons, reisbureaus, apotheken, galerieën, fotoateliers en daarmee naar de aard gelijk te stellen bedrijven;

1.11 geldend bestemmingsplan:

de bestemmingsplannen zoals opgenomen in artikel 3 Administratieve bepaling;

1.12 nevenactiviteit:

een economische activiteit die, gelet op de bestemming, niet als hoofdactiviteit kan worden aangemerkt;

1.13 niet-agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat niet is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, inclusief houtteelt, of het houden van dieren;

1.14 ondersteunende detailhandel:

ondergeschikte detailhandel, ter ondersteuning van de hoofdfunctie, waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie;

1.15 ondersteunende horeca:

ondergeschikte lichte horeca, ter ondersteuning van de hoofdfunctie, waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie. Het schenken van alcoholische dranken is hierbij niet toegestaan;

1.16 plan:

het facetbestemmingsplan 'Harmonisatie Het Hogeland' met identificatienummer NL.IMRO.1966.harmonisatie-ON01 van de Gemeente Het Hogeland;

1.17 recreatief verhuren:

het tegen vergoeding beschikbaar stellen van een woning voor verblijfsrecreatie;

1.18 seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoning van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.19 verblijfsrecreatie:

het verblijf voor recreatieve doeleinden, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen.

Artikel 2 Wijze van meten

Voor de wijze van meten wordt verwezen naar de wijze van meten van de geldende bestemmingsplannen.

2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Administratieve bepaling

  1. de regels van dit bestemmingsplan zijn van toepassing aanvullend op alle bestemmingsplannen die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit facetbestemmingsplan in werking waren. In de bijlage is een lijst opgenomen van de geldende ruimtelijke plannen;
  2. voor het overige blijven de regels van de bovengenoemde ruimtelijke plannen onverminderd van kracht.

3 Algemene regels

Artikel 4 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 5 Algemene gebruiksregels

5.1 Algemeen verbod op strijdig gebruik

Onder strijdig als bedoeld in 2.1 lid 1 onder c van de Wabo wordt in ieder geval verstaan het gebruik of het laten gebruiken van gebouwen en/of onbebouwde gronden voor:
  1. het recreatief verhuren, anders dan logiesverstrekking op de wijze van bed & breakfast, van een woning gedurende meer dan dertig dagen per jaar, tenzij recreatieve bewoning op grond van de geldende bestemming is toegestaan;
  2. het recreatief verhuren van een bedrijfswoning;
  3. een seksinrichting.

5.2 Aan huis verbonden bedrijf

(Bedrijfs)woningen en de daarbij behorende aan-, uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen mogen worden gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf, met inachtneming van de volgende bepalingen:
  1. degene die de activiteiten uitoefent moet tevens de (hoofd)bewoner zijn van de woning;
  2. de gezamenlijke vloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 50 m2;
  3. ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel is uitsluitend toegestaan voor zover dat verband houdt met het aan huis verbonden bedrijf;
  4. op de bij de betreffende woning behorende gronden vindt geen buitenopslag plaats van goederen ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf;
  5. in de omgeving van de betreffende woning treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op, met dien verstande dat:
    1. voor het parkeren ten behoeve en ten gevolgen van de bedrijfsactiviteit op eigen terrein of elders voldoende ruimte aanwezig is, en;
    2. behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de betreffende woning mogen plaats vinden.

5.3 Bed & Breakfast

Het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een bed & breakfast bij een (bedrijfs)woning is toegestaan, met inachtneming van de volgende bepalingen:
  1. het aantal kamers bedraagt niet meer dan drie en voor in totaal zes personen, mits in combinatie met wonen of wonen ten behoeve van het bedrijf;
  2. in afwijking van sub a is het bestaande aantal kamers toegestaan als dat aantal meer is dan drie, waarbij per kamer twee personen zijn toegestaan;
  3. degene die de bed & breakfastactiviteiten uitoefent moet tevens de (hoofd)bewoner zijn van de woonfunctie;
  4. de bed & breakfast maakt deel uit van het hoofdgebouw (inclusief aan- en uitbouwen) en of is gevestigd in een (van de) vrijstaand(e) bijgebouw(en);
  5. de bed & breakfast door de bouwkundige opzet, indeling, maatvoering en voorzieningen niet mag functioneren als zelfstandige woning;
  6. het parkeren vindt uitsluitend plaats op eigen terrein of in de directe omgeving daarvan.

5.4 Camperplaatsen

  1. een agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning mag, in de periode van 1 maart tot en met 31 oktober van ieder jaar, maximaal drie camperplaatsen aanbieden uitsluitend binnen het bouwvlak;
  2. het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels in het geldend bestemmingsplan, een gebouw en/of overkapping toestaan ten behoeve van sanitaire voorzieningen, met dien verstande dat;
    1. de gezamenlijk oppervlakte van de gebouwen, waaronder overkappingen, niet meer mag bedragen dan 50 m2;
    2. de sanitaire voorziening is gelegen binnen het bestaande bouwvlak;
    3. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,00 meter;
    4. de dakhelling ten minste 15o zal bedragen;
    5. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 6 Algemene afwijkingsregels

6.1 Nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in de bestemmingsomschrijving van het geldend bestemmingsplan een nevenactiviteit toestaan bij een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat:
  1. de nevenactiviteit niet de primaire productie betreft en ondergeschikt (minder dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte) blijft aan de agrarische hoofdactiviteit;
  2. de nevenactiviteit uitsluitend betrekking heeft op:
    1. sociale, culturele, maatschappelijke, recreatieve en educatieve functies, waaronder begrepen een expositieruimte, kinderboerderij en -opvang en kampeerboerderij en daaraan ondersteunende horeca;
    2. zorgfuncties, voor zover het betreft dagbesteding, met dien verstande dat de zorgfunctie plaatsvindt binnen bestaande bebouwing en sprake is van een verwevenheid tussen de zorgfunctie en het (grondgebonden) agrarische bedrijf;
    3. detailhandel, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 200 m2 en plaatsvindt binnen bestaande bebouwing;
    4. activiteit genoemd in Bijlage 1 Staat van bedrijven, milieucategorieën 1 en 2 van de publicatie Bedrijven en milieuzonering van de VNG ofwel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven, waarbij burgemeester en wethouders voorwaarden kunnen stellen aan:
      1. stalling van voertuigen;
      2. opslag van materiaal en materieel;
      3. uitstalling van handelswaar;
  3. de bestaande landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden behouden blijven;
  4. de bedrijfsactiviteiten binnen het agrarische bouwperceel plaatsvinden en zoveel mogelijk binnen de bestaande gebouwen, met dien verstande dat buitenopslag niet is toegestaan.

6.2 Versterking na aardbevingsschade

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van de maatvoering, geldend voor het te versterken gebouw, tot 20% en/of, voor zover het niet een agrarisch bouwperceel betreft, voor het maximaal 10 meter buiten het bouwvlak, maar binnen de bestemming van het te versterken gebouw, bouwen in geval van:  
  1. het herstellen en/of het bouwkundig versterken van beschadigde gebouwen als gevolg van de aardgaswinning;
  2. aardbevingsbestendige nieuwbouw van gebouwen; 
mits:     
  1. de totale oppervlakte van een (bedrijfs)woning inclusief bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet meer bedraagt dan 300 m2 of de bestaande oppervlakte indien deze legaal meer bedraagt;
  2. advies wordt ingewonnen van een onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  3. rekening wordt gehouden met: 
    • de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
    • de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
    • een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van gebouwen;
    • het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
    • het aspect nachtelijke lichtuitstraling;
  4. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.
 

Artikel 7 Algemene wijzigingsregels

7.1 Seksinrichting

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan ter plaatse van de 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' te wijzigen ten behoeve van de vestiging van een seksinrichting, met inachtneming van de volgende regels:
  1. het aantal seksinrichtingen binnen het wijzigingsgebied mag in totaal niet meer bedragen dan 1;
  2. een functiewijziging naar een seksinrichting is uitsluitend toegestaan in bestaande bebouwing, waarvan niet meer dan 400 m2 als seksinrichting mag worden gebruikt;
  3. het gebouw waarin de seksinrichting is gevestigd dient minimaal 25 meter tot de zijdelingse perceelsgrens in acht te nemen;
  4. de afstand van de seksinrichting tot scholen voor basis- en voortgezet onderwijs, winkelcentra, religieuze en/of maatschappelijke instellingen moet, gemeten van gevel tot gevel, minimaal 200 meter bedragen en de afstand tot (een) naastgelegen woning(en) van derden moet minimaal 50 meter bedragen;
  5. op eigen terrein wordt geparkeerd waarbij de parkeernorm wordt gehanteerd van 1 parkeerplaats per behandelkamer en 1 parkeerplaats per arbeidsplaats;
  6. het parkeerterrein dient te worden voorzien van een afschermende beplanting van minimaal 3 meter breed. Er dient tevens minimaal een afstand van 10 meter tot aan de begrenzing van de naast gelegen woon- en bedrijvenbestemming in acht te worden genomen.

7.2 Vergroten agrarisch bouwperceel na aardbevingsschade

Het college van burgemeester en wethouders kan het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de vorm van een agrarisch bouwperceel gewijzigd wordt zodat maximaal 10 meter buiten het ongewijzigde agrarische bouwperceel gebouwd kan worden in geval van:
  1. het herstellen en/of bouwkundige versterken van beschadigde gebouwen als gevolg van de gaswinning;
  2. aardbevingsbestendige nieuwbouw van gebouwen;
mits:
  1. de totale oppervlakte van het agrarisch bouwperceel gelijk blijft;
  2. advies wordt ingewonnen van een onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  3. rekening wordt gehouden met:
    • de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
    • de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
    • een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van gebouwen;
    • het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
    • het aspect nachtelijke lichtuitstraling;
  4. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.

7.3 Wijziging gebruik na beëindiging agrarisch bedrijf

Het college van burgemeester en wethouders kan het bestemmingsplan wijzigen voor het gebruik van de bedrijfsgebouwen, na beëindiging van het agrarisch bedrijf, ten behoeve van:
  1. wonen;
  2. bedrijfsactiviteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar zijn. 
Aan het hergebruik zijn de volgende voorwaarden verbonden:
  1. de functie wonen is slechts toegestaan:
    • in het hoofdgebouw;
    • in een bij het hoofdgebouw behorend karakteristiek gebouw, mits het toevoegen van nieuwe woningen past binnen het actuele woonbeleid van de gemeente;
  2. de bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie, waarbij het aantal woningen per voormalig (agrarisch)bedrijf niet meer bedraagt dan één;
  3. in afwijking van het vorenstaande mag het aantal woningen niet meer dan twee bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van het hoofdgebouw minimaal 180 m2 bedraagt, mits het toevoegen van nieuwe woningen past binnen het actuele woonbeleid van de gemeente;
  4. het gebruik voor de niet-agrarische functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing, met dien verstande dat buitenopslag niet is toegestaan;
  5. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht anders dan vervangende nieuwbouw;
  6. er moet zorg worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing. Een verzoek om wijziging dient gepaard te gaan met een voorstel tot landschappelijke inpassing van de bebouwing waarbij tevens wordt bezien of de landschappelijk verstorende bebouwing kan worden afgebroken of verplaatst of aangepast;
  7. er mag geen afbreuk worden gedaan aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de nabijgelegen (agrarische) bedrijven;
  8. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater;
  9. er mag geen onaanvaardbare verkeersaantrekkende werking ontstaan;
  10. indien sprake is van detailhandel, dient de bedrijfsoppervlakte voor detailhandel beperkt te blijven tot maximaal 200 m2.

4 Overgangs- en slotregels

Artikel 8 Overgangsrecht

8.1 Overgangsrecht bouwen

  1. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
  2. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het artikel 8 lid 1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het artikel 8 lid 1 sub a met maximaal 10%;
  3. artikel 8 lid 1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 

8.2 Overgangsrecht gebruik

  1. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  2. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 8 lid 2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  3. indien het gebruik, bedoeld in het artikel 8 lid 2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  4. het bepaalde onder artikel 8 lid 2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 9 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het facetbestemmingsplan 'Harmonisatie Het Hogeland'.